Skip to main content
Skip table of contents

De shiftfunctie gebruiken

Wat is de shiftfunctie?

Je kunt een shiftfunctie aanmaken voor volgende bedieningen:

  • generieke bedieningen

  • specifieke dimbediening

  • specifieke motorsturing

  • digitale sensor, alleen busbekabeling

  • koppeling met extern systeem, alleen busbekabeling

  • draadloos raam- of deurcontact

Met de shiftfunctie kun je een knop verschillende acties (basisacties of routines) laten uitvoeren naargelang zijn toestand (normaal of shift).

Als aan de voorwaarde voldaan is, zal de knop in normaal (gewone) dan wel shift (geschakelde) toestand staan.

Startpunt

Procedure

  1. Klik op de bediening om de schakelfunctie te activeren.
    Resultaat:
    Het deelvenster met informatie verschijnt.

  2. Klik op Functie.
    Resultaat:
    Het menu Functie verschijnt.

    s10_03_00_225_003
  3. Selecteer de shift-toets.
    De bediening krijgt de aanduiding "S" in het tekenvlak.

    s10_03_00_225_004
  4. Klik op de knop Sluiten om terug te keren naar het overzichtsvenster Creëren.

  5. Creëer en routine op maat voor de normale modus.

    Gedrag

    Wat?

    Hoe?

    A

    Selecteer een bediening die de routine inschakelt.

    Klik op de bediening. In dit voorbeeld kiezen we voor de enkelvoudige drukknop.
    Resultaat:
    Er verschijnen twee mogelijkheden: normaal en andere functie (shift). Kies normaal.

    B

    Selecteer een toestel.

    Klik op het toestel.
    In dit voorbeeld kiezen we voor de lamp: als startgedrag schijnt ze 100%, als stopgedrag schijnt ze 0%.


  6. Creëer een routine op maat voor de shift-modus (andere functie).

    Gedrag

    Wat?

    Hoe?

    A

    Selecteer een bediening die de bediening inschakelt.

    Klik op de bediening. In dit voorbeeld kiezen we voor de enkelvoudige drukknop.
    Resultaat:
    Er verschijnen twee mogelijkheden: normaal en andere functie. Kies andere functie.

    B

    Selecteer een toestel.

    klik op het toestel.
    In dit voorbeeld kiezen we voor de lamp: als startgedrag schijnt ze 40%, als stopgedrag schijnt ze 0%.


  7. Stel de voorwaarden in voor de normale en de shift (geschakelde) toestand.


    IF...

    THEN...

    ELSE...

    Voorbeeld

    Als het tussen 6.00 uur en 23.00 uur is...

    Dan is de toestand normaal (gedrag A).

    Anders is de toestand shift (gedrag B).

    Wat?

    Kies een tijdschema als voorwaarde.

    Kies het gedrag van de bediening binnen dat tijdschema.

    Kies het gedrag van de bediening als niet aan de voorwaarde is voldaan.






JavaScript errors detected

Please note, these errors can depend on your browser setup.

If this problem persists, please contact our support.