Beschrijving
Via een mesh netwerk kunnen geconnecteerde toestellen met elkaar communiceren en signalen in het netwerk doorgeven. Zo vergroot je het bereik en verbeter je de betrouwbaarheid, zonder dat elk toestel rechtstreeks verbinding hoeft te maken met een centrale controller. De draadloze slimme hub (552-00001/2) is de mesh controller of het masterknooppunt en start de communicatie in het netwerk. In een mesh netwerk wordt communicatie doorgestuurd door gevoede knooppunten.
Het geconnecteerde stopcontact of andere repeaters van derden die aangesloten zijn op de netspanning of een voeding werken in een mesh netwerk als doorstuurknooppunten (repeaters).
Toestellen met een batterij of met zogenoemde 'energy harvesting', zoals de draadloze bewegingsmelder, werken niet als repeaters in een mesh netwerk. Ze werken enkel als ontvanger en kunnen niet gebruikt worden om het netwerk uit te breiden.
|
Kleur van het knooppunt |
Apparaat |
Voorbeelden |
|---|---|---|
|
rood knooppunt |
master |
draadloze slimme hub |
|
groen knooppunt |
repeater |
|
|
beige |
ontvangknooppunt |
draadloze bewegingsmelder |
Ondersteunde producten
Draadloze toestellen die compatibel zijn met ons systeem, en gebruikmaken van de RF-technologie Easywave en Easywave#, zijn punt-tot-puntoplossingen en hebben geen mesh capaciteiten. Die draadloze toestellen zijn op een andere manier met de installatie verbonden en worden daarom anders behandeld. Een lijst van die producten vind je hier: https://products.niko.eu/nl-be/article/niko-home-control?classification%5B42%5D%5B%5D=communicationprotocolwireless_easywave&page=1
Compatibele draadloze toestellen die gebruikmaken van Zigbee® RF-communicatietechnologie of die verwijzen naar het 'Niko Home Control draadloze netwerk' of het MOTIV draadloze netwerk, hebben wel degelijk draadloze mesh capaciteiten en werken volgens de hieronder beschreven principes.
Beveiligingsstandaard
Tijdens het installeren van een toestel met mesh netwerk in je Niko Home Control installatie verstuurt het toestel zijn encryptiesleutel naar de draadloze slimme hub die de beveiligingssleutel verstuurt naar het connecterende toestel om de twee te koppelen en een beveiligde data-aansluiting op te zetten. Voor de instelling van een netwerk in Niko Home Control wordt de encryptiesleutel van het nieuwe toestel automatisch naar de draadloze slimme hub verzonden.
Op de voorkant van alle mesh toestellen voor Niko Home Control vind je een installatiecode. Die installatiecode heb je niet nodig om het toestel toe te voegen aan je Niko Home Control installatie.
Een mesh netwerk uitbreiden
Algemeen
Om je netwerk uit te breiden, installeer je de repeaters max. 10 m van elkaar (binnen). Om je netwerk redundanter te maken, installeer je meerdere repeaters binnen een afstand van 10 m van elkaar. Wanneer een repeater niet werkt, leidt het mesh netwerk de communicatie om naar andere repeaters om het einde van het netwerk te bereiken.
Een mesh toestel toevoegen aan een Niko Home Control installatie
-
Installeer de draadloze slimme hub als volgt:
-
Installeer de draadloze slimme hub op een centrale plaats, zodat alle te verbinden toestellen binnen bereik zijn. Doe dit om te vermijden dat te veel knooppunten naar het verste toestel moeten gaan.
-
Zorg ervoor dat de draadloze slimme hub niet wordt omringd door of dicht bij metalen voorwerpen staat (bv. metalen kast, plank, metalen constructie, grote metalen huishoudtoestellen, ...). Hierdoor kan het signaal verstoord worden.
-
-
Installeer alle andere toestellen volgens de hierboven beschreven netwerkprincipes.
-
Adresseer de toestellen met de Niko Home Control programmeersoftware of de Niko Home app. Zorg er bij het adresseren altijd voor dat het volgende te adresseren toestel zich het dichtst bevindt bij reeds geadresseerde en gevoede toestellen. Mogelijke gaten in je netwerk, alsook netwerkredundantie (faalveiliger), kunnen opgelost worden door op die plaatsen extra geconnecteerde stopcontacten of repeaters van derden toe te voegen.
|
instelling 1 |
OF |
instelling 2 |
|---|---|---|
|
|
|
Houd als algemene richtlijn een afstand van minimaal 2 m aan tussen het toestel en mogelijke bronnen van radiofrequentie-interferentie, zoals netwerkapparatuur (routers, toegangspunten, pc’s, smartphones, enz.), Bluetooth®-apparaten, DECT-telefoons, babyfoons, draadloze luidsprekers en andere draadloze communicatiesystemen. Vermijd ook installatie in de buurt van stroomomvormers, omvormers voor zonne-energie, energieopslagsystemen, elektrische motoren, elektronische ledtransformatoren, magnetrons, grote watertanks (bijv. aquariums) en grote metalen voorwerpen, omdat die een negatieve invloed kunnen hebben op de draadloze prestaties.
We raden aan om minstens één toestel met 230 V op elke verdieping te installeren om een mesh netwerk te creëren dat het hele gebouw dekt.
Signaalsterkte
De werking van toestellen met een afstandsbediening, zoals een tv of video- en audioapparatuur, wordt niet verstoord door deze toestellen. Het bereik binnenshuis bedraagt ongeveer 10 m. In de open ruimte wordt een bereik van 30 m gehaald. Het bereik van het toestel is afhankelijk van de in de woning gebruikte materialen.
Bekende beperkingen
|
Beperking |
Waarde |
|---|---|
|
Max. aantal toestellen per installatie |
50 |
|
Max. aantal geconnecteerde wandcontactdozen per installatie |
25 |
|
Max. afstand tussen twee toestellen |
10 m |
|
Max. zendbereik |
10 m binnenshuis |