Skip to main content
Skip table of contents

Universele HVAC-interface (CoolMaster)

Toepasbaarheid

Via deze link kom je op de productpagina. Daar vind je de gedetailleerde specificaties, alle compatibele producten, CE-markeringcertificaten enz.

Deze online handleiding is van toepassing op het (de) volgende product(en):

Dit artikel kan worden gebruikt met alle compatibele HVAC-systemen. De universele HVAC-interface vervangt de HVAC-interfaces voor specifieke merken die niet meer te verkrijgen zijn (550-00551, 550-00552, 550-00553, 550-00554, 550-00556, 550-00557, 550-00558, 550-00559).


Beschrijving

Met de universele HVAC-interface koppel je een VRV- of VRF-airconditioningsysteem (HVAC-systeem) met de Niko Home Control installatie. Deze module vormt de interface tussen het airconditioningsysteem en de Niko Home Control connected controller en zorgt voor de communicatie tussen de twee systemen.


Bediening

Je kan je volledige HVAC-systeem aansluiten, binnen de volgende limieten:

  • Je kan maar 1 CoolMaster per Niko Home Control installatie gebruiken.

  • De HVAC-interface kan met maximaal 32 binnenunits interageren.

  • Je kan tot 20 zones creëren in een Niko Home Control installatie.

  • Je kan maximaal 8 binnenunits per zone toevoegen. Een HVAC-systeem stelt zijn eigen voorrangsregels op om verschillende vragen uit verschillende zones te behandelen.

Om de compatibiliteit te controleren, dien je na te gaan of je binnenunit de vereiste aansluitklemmen heeft, zoals beschreven in De CoolMaster aansluiten. Neem bij twijfel contact op met de klantendienst.

De functionaliteiten zijn beperkt voor de volgende HVAC-merken:

  • Daikin KRP met DTA D3-interface ondersteunt de functies ‘ventilatiesnelheid sturen’ en ‘gemeten temperatuur aflezen’ niet.

  • Hitachi-modellen geven geen temperatuur door aan de Niko Home Control installatie.

Je kan je HVAC-installatie aansturen via:

  • de Niko Home app, op een tablet (eventueel bevestigd aan een muur in je huis) of je smartphone

  • Digital black

  • Touchscreen 3 (alleen voor oudere systemen met een HVAC-thermostaat)

De HVAC-interface synchroniseert de Niko Home Control installatie en het HVAC-systeem elke 10 minuten en na elke actie vanuit de installatie. De volgende instellingen worden gesynchroniseerd:

  • Verwarming/koeling

  • Aan/uit

  • Ventilatiesnelheid

  • Gewenste temperatuur

  • Temperatuurinstellingen


Installatie

Systeemoverzicht

Om bij nieuwe installaties overspraak te vermijden, bekabel je alle ZLVS-kabels links in de zekeringkast en de kabels met hoge spanning rechts in de zekeringkast. Plaats alle laagspanningsmodules bij elkaar.

De CoolMaster moet zijn aangesloten op de LAN-poort van de connected controller om communicatie met de Niko Home Control installatie mogelijk te maken.

De CoolMaster is via een bekabelde verbinding aangesloten op de HVAC-eenheden.

Onderdelen van de CoolMaster

Overview
  1. L8 - HVAC-lijn 8 (USB-host)

  2. Vermogen

  3. Stekker

  4. RS232-poort

  5. L1 - HVAC-lijn 1

  6. L2 - HVAC-lijn 2

  1. L3 - RS485

  2. Ethernet-poort

  3. GPIO's

  4. L7 - HVAC-lijn 7

  5. L6 - HVAC-lijn 6

  6. L5 - HVAC-lijn 5

  1. L4 - HVAC-lijn 4

  2. USB-poort

  3. Dipswitches P, Q, R, S

  4. Lcd touchscreen

1. De CoolMaster monteren

Monteer de CoolMaster volgens één van de volgende methodes:

  • Tegen een muur: Bevestig de schroeven aan de muur op de plaats van de montagegaten (A). De afstand tussen de middelpunten is 79 mm.

  • Op de DIN-rail: Plaats de montagevoeten (B) op de DIN-rail, druk het laagste deel van het toestel op de DIN-rail om het vast te zetten. Om het weer los te maken, trek de montagevergrendeling (C) aan de onderkant van het toestel omlaag.

Mounting

2. De CoolMaster aansluiten

De 550-00550 (universele HVAC-interface) wordt geleverd met een standaard configuratie voor Daikin VRV. Wanneer je een ander HVAC-systeem gebruikt, dient de interface op de gepaste manier geconfigureerd te worden (dipswitchinstelling en HVAC-lijninstelling via het display).

Om de HVAC-interface te verbinden met een VRV- of VRF-airconditioningsysteem, sluit je een tweedraadse HVAC-buskabel aan tussen de klemmen van de binnenunits en de aansluitingen op de CoolMaster (gebruik daarvoor de bijgeleverde interfaceconnector).

Wiring

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aansluitklemmen op de binnenunit(s) voor elk type HVAC-systeem en de bijbehorende aansluiting op de CoolMaster:

HVAC-systeem

Aansluitklemmen op binnenunit

Polariteit

Aansluitingen op HVAC-interface (CoolMaster)

Afgeschermde netwerkkabel

Daikin*

F1 F2

Geen

L1 of L2

Niet vereist

Panasonic/Sanyo

U1 U2

Geen

Vereist

Toshiba

U1 U2

Geen

Vereist

Mitsubishi Electric

M1 M2

Geen

Vereist

Hitachi

1 2

Geen

Vereist

Haier

P Q

Geen

Vereist

LG

Inter A, Inter B (op buitenunit)

+ -

L3, L4, L5, L6 of L7

Vereist

Gree/GMV4 VRF

G1 G2

+ -

Vereist

Mitsubishi Heavy Industries

A B

+ -

Vereist

Samsung

F1 F2 of R1 R2

+ -

Vereist

Midea

X Y E

+ - GND

Vereist

Trane

X Y E

+ - GND

Vereist

Chigo

X Y E

+ - GND

Vereist

Blue Star

A B

+ -

Vereist

Fujitsu

X1 X2

Geen

L8

Vereist

*Hiervoor moet een gecentraliseerd (groeps)adres worden ingesteld in het Daikin-systeem.

Als je HVAC-eenheden van verschillende merken aansluit, moet je rekening houden met de volgende beperkingen:

  • Als dipswitches P1 en P2 "aan" zijn, kunnen lijnen L6 en L7 niet als aparte lijnen worden gebruikt. In dat geval zal de polariteit op de op L7 aangesloten HVAC-kabel automatisch worden gedetecteerd.

  • Lijn L2 kan niet tegelijk met lijn L6 worden aangesloten en lijn L1 kan niet tegelijk met lijn L5 worden aangesloten

3. Dipswitchinstellingen

Open het klepje aan de rechterbovenkant van de HVAC-interface en controleer of de dipswitches correct zijn ingesteld; volg daarvoor de onderstaande tabel.

Dipswitch P

Schakelaar

AAN

UIT

P1 en P2

Koppel L6, L7 en schakel autodetectie van polariteit in op L7

Scheid L6, L7

P3

L6 ingeschakeld, L2 uitgeschakeld

L2 ingeschakeld, L6 uitgeschakeld

P4

n.v.t.

Normale bedrijfsmodus

P1 en P2 moeten in dezelfde stand staan.

Dipswitch Q en R

Dipswitch Q en R worden gebruikt om de interne parameters van HVAC-lijnen L1 en L2 aan te passen.

HVAC-systeem

Q1

Q2

Q3

Q4

Daikin

AAN

UIT

AAN

UIT

Mitsubishi Electric

UIT

UIT

UIT

UIT

Toshiba

UIT

AAN

UIT

AAN

Panasonic/Sanyo

UIT

AAN

UIT

AAN

Hitachi

UIT

AAN

UIT

AAN

Haier

UIT

AAN

UIT

AAN

HVAC-systeem

R1

R2

R3

R4

Daikin

AAN

UIT

AAN

UIT

Mitsubishi Electric

UIT

UIT

UIT

UIT

Toshiba

UIT

AAN

UIT

AAN

Panasonic/Sanyo

UIT

AAN

UIT

AAN

Hitachi

UIT

AAN

UIT

AAN

Haier

UIT

AAN

UIT

AAN

Als alle dipswitches R1, R2, R3 en R4 in AAN-stand zijn tijdens het heropstarten, gaat de CoolMaster automatisch in BOOT-mode.

Dipswitch S

Schakelaar

AAN

UIT

S1 en S2

Schakel dc-output op HVAC-lijn L1 in

Schakel dc-output op HVAC-lijn L1 uit

S3 en S4

Schakel dc-output op HVAC-lijn L2 in

Schakel dc-output op HVAC-lijn L2 uit

S1 en S2 moeten in dezelfde stand staan.

S3 en S4 moeten in dezelfde stand staan.

Deze instellingen zijn enkel van toepassing als je de HVAC-interface via een KRP- of MAC-adapter moet aansluiten op een niet-VRF-systeem en er geen andere dc-bron op de lijn zit.

4. De CoolMaster van stroom voorzien

Zorg dat de CoolMaster stroom heeft volgens één van de volgende methodes:

  • Verbind de stroomadapter (meegeleverd) met de HVAC-interface en sluit de adapter aan op de netspanning.

  • Sluit direct aan op de dc-voeding van de lokale verdeelkast.

Powering
Powering

Voedingsspanning: 12 Vdc

Voedingsspanning: 12-24 Vdc

Het display en de groene led lichten op.

5. HVAC-lijninstellingen

Afkorting

HVAC-systeem

DK

Daikin

HT

Hitachi

HA

Haier

ME

Mitsubishi Electric

TO

Toshiba

PN

Panasonic

FJ

Fujitsu

LG

LG

SM

Samsung

MD

Midea

CG

Chigo

GR

Gree

AU

AUX

BS

Blue Star

MH

Mitsubishi Heavy Industries

Selecteer op het display het juiste merk HVAC-systeem voor de gebruikte lijn.

  1. Ga naar Instellingen.

  2. Ga naar HVAC-lijn.

  3. Selecteer de HVAC-lijn die je wil configureren.

  4. Configureer de HVAC-lijn.


Ledgedrag

Green LED on

Groene led brandt continu

Goede verbinding

orange led

Oranje led knippert

Data-overdracht:

  • Data van de connected controller naar de HVAC-interface

  • Alleen als lijn L1, L2, L3, L4, L5, L6, L7 verbonden is met een binnenunit


Probleemoplossing

Probleem

Mogelijke oorzaak

Oplossing

Er verschijnt geen informatie op het

display

Foutieve voeding

Controleer of de voedingsadapter een stabiel

9 Vdc signaal levert

Het juiste aantal binnenunits wordt

niet correct weergegeven op het display

Het HVAC-systeem herkennen

duurt enkele minuten.

De communicatie met het HVAC-systeem

verloopt niet correct.

  • Wacht vijf minuten

  • Controleer de communicatie met het HVAC-systeem. De oranje led moet knipperen.

  • Controleer de aansluiting van de HVAC-buskabel met het HVAC-systeem

JavaScript errors detected

Please note, these errors can depend on your browser setup.

If this problem persists, please contact our support.