Skip to main content
Skip table of contents

Connected controller

Beschrijving

De connected controller is de centrale module van elke Niko Home Control installatie. Hij staat in voor alle basisfuncties waarrond een Niko Home Control installatie opgebouwd wordt. Deze basisfuncties omvatten:

  • De intelligentie die de Niko Home Control installatie aanstuurt. Deze logica wordt vanuit de programmeersoftware lokaal opgeslagen in de controller.
  • De voeding die een spanning van 26 V levert aan de bus, de kastmodules en de bedieningen. Afhankelijk van de grootte van de installatie kunnen extra voedingen bijgeplaatst worden. Voor meer informatie over het vereiste aantal voedingen, zie Extra voeding.
  • De koppeling met Niko Home Control IP-toestellen zoals touchscreens en/of videobuitenposten. Een ingebouwde router laat toe om tot drie toestellen rechtstreeks aan te sluiten op de controller. Met een extra switch kan dit aantal verder uitgebreid worden.
  • De koppeling met het thuisnetwerk en met het internet. Dit laat toe om de installatie zowel binnen- als buitenshuis (via mobiele netwerken zoals 3G, GPRS of een wifihotspot) te bedienen met mobiele toestellen (smartphones en tablets met iOS of Android). Het zorgt er tevens voor dat je de Niko Home Control gebruikersinstellingensoftware op PC of Mac kan gebruiken en de gelijknamige app op mobiele toestellen.

Overzicht

Werking

De module is uitgerust met een TEST-knop waarmee je de werking en de status van de andere modules kunt controleren. Met de PROG-knop kun je een tijdelijke basisprogrammatie uitvoeren, zonder computer. De SERVICE-knop laat toe om upgrades die klaarstaan, te installeren.

Na registratie op de registratiepagina https://mynikohomecontrol.niko.eu wordt de installatie “connected” waardoor bediening vanop afstand mogelijk wordt en je geniet van de Niko diensten voor upgrade of diagnose van de installatie.

Installatie

Aansluitschema


Bevestiging

Elke installatie moet welgeteld één connected controller hebben. Om de connected controller te bevestigen:

    • De installatie mag niet onder netspanning staan

1    Klik de controller op de DIN-rail, bij voorkeur onderaan links in het Niko Home Control gedeelte van de schakelkast.

2    Bevestig vervolgens de overige modules op de rail. Werk van links naar rechts. Plaats geen dimmodules vlak naast, boven of onder de controller. Als de rail vol is of als je het maximumaantal van 12 toestellen per rail bereikt hebt, ga dan verder op de rail erboven. Elke volgende rail moet links beginnen met een railkoppeling of een extra voeding als deze vereist is (zie Extra voeding).

3    Verbind de connected controller met de module die je ernaast plaatst door de schuifbrug van de controller naar rechts te schuiven tot ze vastklikt. Hierdoor zijn de bus en de voedingsspanning doorgegeven.

4    Sluit de netwerkkabel aan op de WAN-poort van de connected controller en verbind deze met de internetmodem of

-router van de bewoner. Gebruik hiervoor een afgeschermde netwerkkabel, bij voorkeur een STP-verbindingssnoer, en houd deze gescheiden van de 230V-kabels om overspraak te vermijden. Laat deze bijvoorbeeld meelopen met de ZLVS-kabels. De bewoner moet een goed beveiligd netwerk hebben.

5    Sluit op de andere drie poorten de Niko Home Control IP-toestellen uit de installatie aan zoals de touchscreens en/of videobuitenposten. Indien je meer dan drie IP-toestellen moet aansluiten, kan je een Ethernet switch gebruiken (geen router!).

6    Sluit de L-fasedraad en de N-nuldraad respectievelijk aan op de L- en de N-insteekklem en schakel de spanning in.

Vergeet niet om de informatie op de bijgeleverde sticker door te geven aan de bewoner, of om de sticker op een goed zichtbare plaats op de connected controller of in de schakelkast te hangen. Deze sticker bevat het

MAC-adres en het serienummer (SN) van de connected controller. De bewoner heeft deze informatie nodig om zich te registreren via https://mynikohomecontrol.niko.eu.

Dimensionering  voeding

Afhankelijk van de grootte en de opbouw van de installatie, installeer je naast de voeding die ingebouwd is in de connected controller nog maximaal twee extra voedingen. Als vuistregel om te bepalen of je een extra voeding nodig hebt, kun je de volgende snelle controle hanteren: de voeding die ingebouwd is in de controller kan tot 24 kastmodules en 70 bedieningselementen (waarvan 20 met indicatieled) aan. Voor grotere installaties consulteer je de puntberekening, zie Extra voeding. Alle bedieningselementen en modules hebben een eigen verbruik. Dit verbruik wordt uitgedrukt in punten. Vanaf 800 punten is een extra voeding nodig.

De status van de installatie controleren

Aan de hand van de indicatieleds op de controller

Als de Niko Home Control installatie normaal functioneert, brandt enkel de SERVER-led op de connected controller. De andere leds zijn gedoofd om energie te sparen.

Als er zich een probleem voordoet, kun je de installatie in TEST-modus zetten om de status van de modules te controleren. Om de installatie in TEST-modus te zetten, druk je op de TEST-knop. De STATUS-leds tonen de status van elke module en al zijn outputs. De TEST-modus blijft twee minuten actief.


Op de controller staan drie leds die meer informatie geven over de controller en de installatie:

LED

Status

Informatie

Mogelijk oorzaken en actie

STATUS-led

De groene led brandt continu

De installatie functioneert normaal.

/

De groene led knippert

De installatie is aan het opstarten of wordt momenteel geüpdatet.

Deze status loopt na ongeveer een minuut automatisch af. Schakel de installatie in geen geval uit.

De oranje led brandt continu

Er werd een probleem gedetecteerd.

Raadpleeg de diagnosepagina in de programmeersoftware voor meer informatie (zie Aan de hand van de diagnosepagina hieronder).

De rode led brandt continu

Er werd een ernstig probleem gedetecteerd.

Raadpleeg de diagnosepagina in de programmeersoftware voor meer informatie (zie Aan de hand van de diagnosepagina hieronder).

De led brandt niet

De controller ontvangt geen voedings- spanning of is defect.

Ga na of de TEST-modus actief is. Meet de voedingspanning. Als het probleem blijft bestaan, contacteer je de Niko customer service.

PROGRAM-

led

De groene led brandt continu

De controller staat in de manuele programmeermodus

Er is op de PROG-knop gedrukt om de controller in manuele programmeermodus te zetten. Druk nogmaals op de

PROG-knop om deze modus te verlaten.

SERVER-led

De groene led brandt continu

De verbinding met de Niko server werkt goed en de installatie werd correct geregistreerd.

/

De oranje led brandt continu

De verbinding met Niko server werkt goed maar de installatie werd nog niet geregistreerd.

Houd de informatie van de controller (MAC-adres en serienummer SN dat op de controller en op de bijgeleverde sticker gedrukt is) en registreer de installatie op https://mynikohomecontrol.niko.eu.

De rode led brandt continu

Geen communicatie mogelijk met de Niko server. De internetverbinding werd onderbroken of de Niko server is niet bereikbaar.

Controleer de internetverbinding. Indien de internetverbinding goed werkt, contacteer je de Niko customer service.


Aan de hand van de diagnosepagina

Installaties met een connected controller bieden, in vergelijking met installaties met een klassieke controller van 2E, het voordeel dat ze gedetailleerd gemonitord kunnen worden met de diagnosepagina. Je kunt deze raadplegen via de programmeersoftware.

De diagnosepagina is een waardevolle hulptool voor de installateur voor het opsporen van fouten. Ze laat immers toe om een snelle analyse te maken van de goede werking en de opbouw van de installatie. Zo kun je bijvoorbeeld de

buscommunicatie live opvolgen en nagaan welke bedieningen en/of modules nog niet geconfigureerd werden op de bus.

De installatie manueel programmeren

Je kunt tijdelijk enkele basisfuncties manueel programmeren. Dit kan nuttig zijn om de installatie te testen of om bijvoorbeeld de verlichting en de rolluiken te testen of te bedienen terwijl de woning nog in opbouw is. Na programmering met de computer is het niet meer mogelijk om de installatie manueel te programmeren aangezien dit de opgeladen programmering zou kunnen wissen of overschrijven.

Om de installatie manueel te programmeren:

1    Zet de installatie onder netspanning.

2    Druk op de TEST-knop en controleer of de STATUS-leds van alle modules oplichten.

3    Druk kort op de PROG-knop.

De PROGRAM-led licht op. De controller staat nu in de manuele PROGRAMMEER -modus.

Een manuele programmering is enkel mogelijk indien er nog geen programmering opgeladen werd naar de controller. Indien dit wel het geval is, gebeurt er niets en gaat de PROGRAM-led ook niet aan.

4    Druk op de knop van het contact op de module dat je wilt toewijzen aan een actieknop (bv. een drukknop of thermostaat). Op de dimmodule bijvoorbeeld, druk je op knop één of knop twee.

5    Druk op de actieknop waaraan je dit contact wilt toekennen.

Dit werkt enkel voor de Niko Home Control actieknoppen. Een potentiaalvrije drukknop die via de drukknopinterface aangesloten is, kun je niet manueel programmeren.

6    Druk kort op de PROG-knop.

De PROGRAM-led gaat uit. De controller verlaat de manuele PROGRAMMEER-modus.

7    Herhaal stappen 3 tot 6 voor elke functie die je wilt programmeren.

  • De manuele programmering wordt overschreven wanneer je de installatie programmeert via de computer.
  • Zodra de installatie geprogrammeerd is via de computer, is geen manuele programmering meer mogelijk.
  • Als je outputs manueel bedient via de knoppen op de modules, kan de controller je input op elk moment wijzigen.

De installatie programmeren

Programmeer de installatie met de recentste versie van de programmeersoftware (beschikbaar op www.niko.eu). Pas als de programmering volledig afgewerkt is, kun je ze opladen naar de connected controller. Als je de installatie uitbreidt met bijkomende modules, moet je de installatie opnieuw programmeren.

Om de installatie te programmeren:

1    Zet de installatie onder netspanning.

2    Druk op de TEST-knop en controleer of de STATUS-leds van alle modules oplichten. Zo ben je zeker dat alle schuifbruggen tussen de modules goed dichtgeschoven werden.

Sluit de computer aan op de installatie:

  • Indien er reeds een router aanwezig is voor het thuisnetwerk, kun je:
  • de computer verbinden met een vrije poort op de router.
  • indien het een wifirouter is, de computer draadloos verbinden met de installatie. Dit biedt het voordeel dat je tijdens de adressering van de inputs kan rondlopen in de woning. Voor het opladen van de programmerin naar de installatie raden we een bekabelde verbinding met een vrije poort op de router aan omdat een dergelijke verbinding betrouwbaarder is dan een wifiverbinding.
  • Indien er nog geen router aanwezig is, kun je je computer rechtstreeks aansluiten op de WAN-poort van de connected controller. Doordat er bij deze verbinding automatisch een IP-adres toegekend wordt, kan het tot 2 minuten duren vooraleer de verbinding met de connected controller tot stand komt.

1    Start de programmeersoftware op en open het project dat bij de installatie hoort.

2    Klik op ‘Realisatie’ in de menubalk en volg de instructies op het scherm tot je alle programmeerstappen hebt doorlopen.

3    Koppel de computer los van de installatie.

De programmering is nu opgeslagen in de controller. Je kunt deze programmering ook op elk moment uitlezen uit de controller. Bewaar een back-up op je computer en geef de bewoner een kopie.


Een programmering verwijderen

Gebruik deze functie enkel indien je de programmering volledig wenst te verwijderen van de controller (bv. voor opleidingsdoeleinden of om een defecte controller te debuggen). Na het wissen kan de controller opnieuw manueel geprogrammeerd worden.

Om de opgeslagen programmering te verwijderen:

1    Druk 4 seconden lang op de PROG-knop.

Terwijl je drukt zal de PROGRAM-led eerst 2 seconden uitblijven, dan 2 seconden knipperen en vervolgens opnieuw doven als het wissen afgelopen is.

2    Laat de PROG-knop los. 

Specificaties voor de internetverbinding

De connected controller wordt via de WAN-poort verbonden met het thuisnetwerk van de bewoner. De router in dit netwerk kent de connected controller een IP-adres toe. De controller communiceert via deze verbinding met Niko Home Control software zoals de gebruikersinstellingensoftware of de energiesoftware (om verbruiks- of productiegegevens te raadplegen).

    Deze poort is een DHCP-client en zal dus geen IP-adressen toekennen aan andere IP-toestellen.

De routerinstellingen die nodig zijn om deze verbinding tot stand te brengen, stemmen overeen met de standaardinstellingen van een nieuwe wifirouter:

  • voor DNS-toegang moet uitgaande poort 53 opengezet worden
  • voor dataverkeer moeten uitgaande poorten 80, 443 en 22 opengezet worden
  • voor (S)NTP moet uitgaande poort 123 opengezet worden.

De installatie registreren

Houd het MAC-adres en serienummer (SN) van de connected controller bij de hand (deze gegevens staan op de controller gedrukt en kan je ook terugvinden op de bijgeleverde sticker). Surf naar https://mynikohomecontrol.niko.eu en registreer je installatie met dit MAC-adres en serienummer. Vul de gegevens van de klant in of vraag hem deze in te vullen.

De installatie kan nu vanop afstand bediend worden (met uitzondering van toegangscontrole) als je daarvoor gekozen hebt op de registratiepagina en is voortaan ook bereikbaar voor upgrades en interventies van Niko customer service.

Technische gegevens

  • uitgerust met een permanent geheugen voor de opslag van de programmering
  • de opgeladen programmering kan op elk moment uitgelezen worden
  • afmetingen: DIN 6E
  • schuifbrug voor verbinding naar volgende module op DIN-rail
  • ingangsspanning: 230 Vac ± 10 %, 50 Hz
  • uitgangsspanning: 26 Vdc, 400 mA (ZLVS, zeer lage veiligheidsspanning)
  • 1 x RJ45-poort voor de verbinding met het thuisnetwerk en het internet
  • 3 x RJ45-poort voor het Niko Home Control netwerk (aansluiting IP-toestellen zoals touchscreens, videobuitenposten of een Ethernet switch die deze groepeert)
  • 4 insteekklemmen bovenaan om de module te verbinden met de railkoppeling op de volgende DIN-rail
  • 4 insteekklemmen om de module te voorzien van 230Vac-voedingsspanning en deze eventueel door te lussen
  • CE-gemarkeerd
  • omgevingstemperatuur: 0 – 45 °C
  • beveiligd tegen kortsluiting, overspanning en oververhitting




























JavaScript errors detected

Please note, these errors can depend on your browser setup.

If this problem persists, please contact our support.